Spring naar de tekst Spring naar de hoofdnavigatie

Welkom op de website van de Academische Werkplaats Jeugd in Twente (AWJT). Op deze site vindt u informatie over de AWJT en organisaties waarmee wij samenwerken. Als AWJT begeleiden wij zorg rondom kwetsbare kinderen door middel van onderzoek. We bieden kansen voor het stimuleren van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van effectieve interventies en goede ketensamenwerking om de zorg voor de jeugd effectiever te maken.

Uncategorised

Promotie Annemieke Konijnendijk

Promotie Annemieke 2

Van harte gefelicteerd!
Annemieke Konijnendijk voerde vanuit de AWJT een promotieonderzoek uit aan de Universiteit Twente naar het handelen van professionals bij vermoeden van kindermishandeling. Zij is op 7 juni bij de Universiteit Twente gepromoveerd op het proefschrift ‘Fragile, please handle with care. Understanding and supporting professionals’ response to suspicions of child abuse and neglect’.

Ter gelegenheid van de promotie van Annemieke heeft de Academische werkplaats Jeugd in Twente op diezelfde dag een minisymposium georganiseerd over het thema Kindermishandeling; handelen van de professional
Er waren interessante en leerzame presentaties van:

  • prof. dr. Menno Reijneveld - UMC Groningen (Kindermishandeling en professioneel handelen in de JGZ),
  • dr. Frank van Leerdam - Inspectie Gezondheidszorg en jeugd (Meldcode in de JGZ, last of lust) en
  • prof. dr. Karel Hoppenbrouwers Katholieke Universiteit Leuven (Kindermishandeling, het Vlaamse perspectief.

 

Klein-en-Fijn project: Ouders met een psychiatrisch ziektebeeld

Ouders met een psychiatrisch ziektebeeld hebben over het algemeen verminderde opvoedcapaciteiten (ref). Zij blijken moeite te hebben met het bieden van structuur en emotionele ondersteuning aan kinderen (Romijn, De Graaf & De Jonge, 2010). Nederlandse onderzoeks- en registratiegegevens laten zien dat 48% van de mensen met psychiatrische problematiek kinderen heeft (Van der Ende, Van Busschbach, Wiersma & Korevaar, 2011). De psychiatrische problematiek van ouders kan er voor zorgen dat ouders agressiever, minder betrokken en ongevoeliger zijn met betrekking tot het kind (Romijn et al., 2010). Ongeveer 50% van de kinderen van ouders met een psychiatrische stoornis blijkt later ook psychiatrische problemen te ontwikkelen (Bool, 2007). Wanneer beide ouders een psychiatrisch probleem hebben, ontwikkelt 66% van de kinderen op enig moment van hun leven een psychiatrische stoornis. 
GGZ instelling Mediant biedt hulp aan mensen met psychiatrische problemen en vraagt zich af of er voldoende aandacht besteed wordt aan het feit dat ouders naast psychiatrische hulpvragen, zij misschien ook vragen hebben op het gebied van opvoedingsondersteuning. 
Doel van dit onderzoek was om inzicht te verkrijgen in de beleving, de beweegredenen, de behoeften en verwachtingen van ouders met psychiatrische problemen van kinderen van 0-19 jaar om hun rol als opvoeder te bespreken met hulpverleners van Mediant. 
De onderzoeksresultaten zijn verkregen door middel van het afnemen van gestructureerde interviews onder 10 ouders die in behandeling zijn (geweest) bij Mediant. Het interviewschema is gebaseerd op de Nijmeegse Vragenlijst voor de Opvoedingssituatie (NVOS) (Wels & Robbroeckx, 1996). Thema’s hebben betrekking op de gezinssituatie en het gezinsfunctioneren, de opvoeding, ondersteuning vragen bij opvoeding en verwachtingen en behoeften van hulpverlening. 
De ouders gaven tijdens de interviews aan dat zij nog dagelijks hinder ondervinden van hun psychiatrisch probleem. Daarnaast maakten zij zich zorgen over de invloed van hun psychiatrische problematiek op het gedrag en de opvoeding van hun kinderen. In de beleving van ouders staat in de behandeling bij Mediant vooral het psychiatrische probleem centraal; de rol als opvoeder wordt niet zozeer belicht en hier wordt ook niet op doorgevraagd. Kinderen en partner werden volgens hen ook niet echt betrokken bij de behandeling. Ouders gaven aan dat zij het als positief zouden ervaren als Mediant en andere hulpverlenende instanties meer vragen zouden stellen over het welzijn van hun gezin en partner. Zij hechtten waarde aan professionele kennis en informatie. Daarnaast zouden zij graag een overzicht ontvangen van mogelijkheden op het gebied van met name praktische en informele opvoedingsondersteuning, bij voorkeur in de thuissituatie. Ouders namen, ondanks de ondersteuningsbehoefte, zelf geen initiatief om de gezinssituatie en hun opvoedrol te bespreken met Mediant. Een beweegredenen om geen vragen te stellen aan Mediant en andere hulpverlenende instanties was dat zij niet weten bij wie zij terecht konden met hun vragen. Zij verwachtten dat hulpverleners ingaan op de gezinssituatie en kunnen inschatten welke hulp op dat moment nodig is. 
Het is goed als Mediant en andere hulpverlenende instanties zich bewust zijn van het feit dat ouders het als positief beleven als:
• hulpverleners serieus interesse tonen in het welzijn van hun gezin en hun rol als opvoeder, waarbij het initiatief bij de hulpverlenende instantie ligt. 
• Hun gezin bij de behandeling wordt betrokken. 
• Zij met hulpverleners gezamenlijk mogelijkheden en onmogelijkheden bedenken wat betreft de aanpak van opvoedsituaties thuis. 
• Zij deel kunnen nemen aan praatgroepen met ouders in vergelijkbare situaties. 
• Ouders hebben leren communiceren over hun psychiatrische stoornis met partner en/of kinderen. Het aanbieden van een Kopp-cursus kan hier een bijdrage in leveren. 
• Ouders hulp ervaren uit het informele netwerk.
Dit onderzoek richtte zich op het bespreken van de opvoedrol vanuit een cliëntenperspectief. In vervolgonderzoek zou het hulpverlenersperspectief meer centraal kunnen staan.

 

Update promotietraject Postpartum Depressie

Deelproject: verwijs-, behandel en follow-up traject na screening – belemmerende en bevorderende factoren volgens de betrokken zorgprofessionals
Student verplegingswetenschappen Karlijn Gabriels heeft ingezoomd op het verwijs- en follow-up traject na screening.
In de studie is onderzocht welke factoren op dit moment volgens de betrokken zorgprofessionals wel en niet bijdragen aan de zorg voor moeders met een postpartum depressie (PPD).
Zeventien professionals die een schakel kunnen zijn in het proces van screening, tot follow-up na behandeling zijn geïnterviewd. De resultaten zijn binnenkort te vinden op de website awjtwente.nl.

Deelproject: Ervaringen en voorkeuren van moeders t.a.v. de screening op PPD door de Jeugdgezondheidszorg en een eventueel vervolgtraject
Ook de ervaringen van moeders met, en hun voorkeuren t.a.v. de screening op PPD op het consultatiebureau, en een eventueel vervolgtraject, worden op dit moment onderzocht. Hannah Kaya (masterstudent Health Sciences) heeft een selectie van moeders uit de Post-Up hoofdstudie benaderd. Dit betreft zowel moeders met, als zonder depressieve klachten in het eerste jaar na de bevalling. De uitkomsten worden op dit moment uitgewerkt.

 

Update promotietraject Kindermishandeling

Onderzoek

• Het vragenlijstonderzoek naar de effecten en kosten van digitale ondersteuning bij het werken met richtlijnen kindermishandeling van de jeugdgezondheidszorg in Twente is afgerond. Momenteel wordt gewerkt aan de rapportage. Deze poster geeft de belangrijkste resultaten weer. 
• Naast effecten en kosten is ook de waardering van het digitale hulpmiddel onderzocht. Bijna alle respondenten (97%) in de interventiegroep vonden het hulpmiddel nuttig. Vooral het bieden van structuur en overzicht (66%) en houvast (31%), en het niet kunnen vergeten van stappen (31%) werden genoemd als voordelen. Een meerderheid was voornemens om het hulpmiddel in de toekomst te gebruiken (78%). Opvallend is dat één-derde van de respondenten vooral tijd noemde als barrière, terwijl het onderzoek ook uitwijst dat het hulpmiddel tijd bespaart.
• In het najaar wordt bij GGD Twente een retrospectief dossieronderzoek uitgevoerd om te onderzoeken of het digitale hulpmiddel bijdraagt aan het sneller (in een korter tijdsbestek) uitvoeren van stappen uit de richtlijnen en betere registratie. 
• Afgelopen mei is een onderzoek gestart naar het inwinnen van informatie en advies bij vermoedens van kindermishandeling. Alle professionals die met jonge kinderen werken in de gemeente Almelo zijn gevraagd mee te doen. In totaal hebben zo’n 90 professionals de online vragenlijst ingevuld. De resultaten komen in het najaar van 2015 beschikbaar.

Onderwijs
• Tussen april en juli begeleidde Annemieke twee studenten gezondheidswetenschappen. De studenten onderzochten in samenwerking met de Landelijke Vakgroep Aandachtsfunctionarissen Kindermishandeling (LVAK) hoe aandachtsfunctionarissen kindermishandeling hun taken invullen en welke plus- en knelpunten zij ervaren. De LVAK gebruikt de uitkomsten van het onderzoek om de leden van de LVAK in de toekomst nog beter te ondersteunen, en om het ministerie en de inspectie te informeren en te adviseren. Het rapport is hier beschikbaar.

Praktijk & Beleid                                                                         Keurmerk Meldcode
• In april heeft Annemieke het Twentse project ‘ondersteuning aandachtsfunctionarissen kindermishandeling in Twente’ succesvol afgerond. Tussen 2012 en 2015 zijn vele professionals in het onderwijs en de kinderopvang in Twente bijgeschoold over het werken met de meldcode en het bespreekbaar maken van kindermishandeling. Daarnaast hebben zij intervisie kunnen volgen, hulpmiddelen aangereikt gekregen en is onderling contact tussen aandachtsfunctionarissen bevorderd. 
• De kennis die is opgedaan in bovengenoemd project wordt gebruikt in een volgend landelijk project, mogelijk gemaakt door ZonMW. Dit project onderzoekt het komende jaar hoe Nederlandse gemeenten het werken met de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling stimuleren. Vanuit heel Nederland worden initiatieven verzameld die professionals in het onderwijs en de kinderopvang ondersteunen. Goede voorbeelden worden gebundeld in een handzame handreiking voor gemeenten, aangevuld met adviezen van deskundigen. Deze handreiking helpt gemeenten om makkelijker nieuwe activiteiten op te zetten in de doorgaande strijd tegen kindermishandeling. Annemieke trekt dit project samen met Margreet Timmer van het Landelijk Opleidingscentrum Kindermishandeling (het LOCK). Daarnaast zijn de LVAK, gemeente Den Haag, de Academische Werkplaats Kindermishandeling en de VNG betrokken bij het project. Neem voor meer informatie over dit project contact op met Annemieke Konijnendijk.

 

Bestuurdersdag Publieke Gezondheid

STANDAARD Lg AWJT FCIeder jaar wordt er voor de Twentse bestuurders Publieke Gezondheid een bestuurdersdag georganiseerd waarbij Twentse bestuurders kennis maken met diverse facetten van publieke gezondheid. Dit jaar mocht op 24 september de AWJTwente zich presenteren.

Toelichting op de ontwikkeling van de werkplaats en actoren werd verzorgd door Ariana Need van de Universiteit Twente en Riet Haasnoot van GGD Twente. Het duo onderstreepte dat in de werkplaats met zogenaamde Klein-en-Fijn projecten. Voor Twentse gemeenten wordt gewerkt aan het versterken van de zorg aan kwetsbare kinderen.

Ook lichtte Annemieke Konijnendijk haar promotieonderzoek toe. Dit richt zich op het eerder en beter signaleren van (risico’s op) kindermishandeling. Kindermishandeling leidt niet alleen tot psychische en lichamelijke problemen, maar ook tot maatschappelijke problemen, zoals pesten en schoolverzuim. Investeren in preventie van kindermishandeling is daarom van groot belang.

Gabrielle Parel (Mediant) heeft een van de Klein-en-Fijn projecten nader toegelicht: ‘Ouders met psychiatrische problemen en hun rol als opvoeder’. Daarbij gaf zij het pleidooi om vooral ook te focussen op het kind. 

Tot slot is het Klein-en-Fijn project ‘Hoe bereiken we adolescenten in het VMBO met preventie zorg’? Opvallend is dat uitgesprekken met de doelgroep naar voren komt, dat ondanks alle ontwikkelingen in de sociale media deze adolescenten de voorkeur geven aan de ‘face to face’ methode.